Waar is God?

"Eigenlijk geloof ik niets, en twijfel ik aan alles, zelfs aan", schreef Gerard Reve. Een mens heeft behoefte aan een vermoeden van het goddelijke om de twijfel de kop in te drukken. Een wenk van de Eeuwige. Een knipoog uit de hemel. Niet eens zo'n heel groot gebaar. Zonder licht slaat het cynisme toe. De vraag: "God waar ben je", is dan niet langer uit te houden. Het knaagt aan de religieuze ziel, "als alles duister is". De keel wordt dichtgeknepen en de lofzang op de Ene verstomt.


De Franse filosofe Simone Weil meent dat de Eeuwige zich laat vinden in het bewogen zijn om mensen. "Een spoor van God licht op, als mensen zich het lot van de lijdende naaste aantrekken." Als kind van Joodse ouders heeft ze weet van recht en gerechtigheid. Een besef dat heel haar leven doortrekt. Na haar studie filosofie wordt ze onderwijzeres op een middelbare school. Maar in dit werk vindt ze geen voldoening. Het is haar te elitair. Ze wil zich inzetten voor het lot van de arbeidende klasse. Voor de zwakken in de maatschappij. Ondanks haar zwakke gezondheid en fragiele uiterlijk besluit ze in de fabrieken van de autofabrikant Renault te gaan werken. Ze wil zich identificeren met de arbeiders. Simone wil haar bewogenheid, haar compassie voor de mens concreet maken. Het werk valt haar echter zwaar en is afstompend.


In haar dagboek schrijft ze: "Vijfde week, erg moeilijk werk. Niet alleen ondraaglijke hitte, maar de vlammen lekken je aan armen en benen." Na een jaar moet ze er mee ophouden, ze kan het fysiek niet aan.


Het lot van de ander in je vlees laten snijden. De pijn durven voelen die de ander voelt. Je in beweging laten brengen door het lot van de naaste. Dan maak je jezelf tot een gebaar van God. Simone heeft met haar daden van compassie, God aan het licht gebracht.

De vraag:"God waar ben je?", beantwoordt Simone door daar te zijn, waar lijden heerst. Overal waar zij meent dat de menselijke waardigheid ontkent wordt, wil zij, als liefdevolle aandacht, aanwezig zijn. Zelf een vindplaats worden van God voor de ander. Een fabriek wordt tot een tempel van God door haar inzet voor de zwakken. Door liefdevol present te zijn in de ellendige situatie van de ander wordt de Eeuwige zichtbaar. Wordt er antwoord gegeven op de wanhoopsvragen van een mens.


De theoloog Erik Borgman meent, dat we juist de plaatsen op moeten zoeken, waar de menswaardigheid onder spanning staat. God manifesteert zich op plaatsen waar mensen tussen wal en schip raken. Waar menselijkheid op het spel staat, daar is God. Aanwezig zijn waar mensen geen naam meer hebben, maar vervallen tot een nummer.

"Waar is God?", daar waar mensen om dreigen te vallen. Waar is de Levende?, daar waar geen toekomst meer is.