Islam

De islam is net als het jodendom en christendom een monotheïstische godsdienst. Het geloof in Allah staat centraal. Islam betekent “overgave” aan Allah, de barmhartige erbarmer. De letters s l m vormen ook het woord salam, dat vrede betekend. Het gaat erom dat je vrede vindt in de overgave aan (de wil van) God. Mensen die deze weg volgen, heten moslims.


De grondleger van de islam is de profeet Mohammed die omstreeks 570 in Mekka is geboren. Hij kreeg een profetische roeping van Allah.

De Koran is het heilige boek binnen de Islam. De Koran bestaat uit soera's. Dat zijn hoofdstukken die onderverdeeld zijn in verzen (ayat). In totaal bevat de Koran 114 soera's, bestaande uit 6226 ayat's. Voor moslims is de Koran het woord van God.


Moslims baseren hun levens op de volgende vijf zuilen van de Islam:

Het getuigenis van geloof: “Er is maar één God (Allah), en Mohammed is zijn profeet”.

Gebed: per dag moeten er vijf gebeden uitgesproken worden.

Gaven: men dient te geven aan de behoeftige mensen, want alles komt van Allah.

Vasten: behalve incidenteel vasten moeten alle moslims vasten tijdens het vieren van de ramadan ( de negende maand van de islamitische kalender ) .

Hadj: de pelgrimstocht naar Mekka moet minstens eens in het leven uitgevoerd worden (tijdens de twaalfde maand van de islamitische kalender).

Er zijn ongeveer 1.6 miljard moslims in de wereld.

Met moslims wordt vanuit De Ruimte regelmatig contact gezocht omdat wij ons als christenen met deze monotheïstische godsdienst verwant weten. Ook worden samen met moslims ontmoetingen en gespreksvonden georganiseerd.