
Foto Carel van Gestel
Een bruine roestlaag kleurt de schakels van een robuuste ketting. De tijd heeft in kleur haar visitekaartje afgegeven. Het zachte oker maakt het kille staal aaibaar. Het stoere ijzer heeft in de loop van de jaren een jas van mildheid aangetrokken. Eenmaal oud geworden in de zee van tijd heeft de ketting zijn hardheid verloren. De Eeuwige heeft hem met mildheid bekleed.
Werkloos liggen de schakels over een blauw net. Als een halsketting gedrapeerd over een fluwelen doek bij de juwelier. De prijs is op aanvraag te krijgen. In hun roestige vacht rusten de schakels uit van hun zware arbeid. De kracht is uit de ketting geweken, niet langer staat hij gespannen. Het schip is alle vrijheid gegund. Varend in het ruime sop komt een boot immers tot zijn bestemming. Geketend aan de kade kan een mens zijn levensdoel niet vinden.
Na jaren van trekken en sjorren heeft de ketting het begrepen. Een schip moet je de ruimte van de oceaan gunnen. De koers van het leven is niet voor een ander te bepalen. Een mens leg je niet aan banden. Eén voor één hebben de schakels besloten de boot de vrijheid te gunnen. Zelfs de zwakste schakel stemde ermee in het schip naar de einder te laten varen. In het loslaten lag de laatste opdracht van de ketting. Zoals de Eeuwige de mens in de ruimte heeft gezet.
De tijd brengt inzicht en maakt mild. Het vertrouwen in het schip groeide bij iedere vaart. De ketting begreep dat zijn rol was uitgespeeld en zei het schip vaarwel. Nu ligt hij heerlijk loom te genieten van de zomerzon op een zacht blauw bed van uitgeviste netten. De taak zit er op. Als een verstild kunstwerk brengt hij de wandelaar een welgemeende groet. De ketting heeft losgelaten en, gek genoeg, aan kracht gewonnen.