Het is maandagmorgen. Ik zit aan mijn bureau. Een week geleden was het Tweede Paasdag. Het lijkt veel langer geleden. Er is alweer van alles gebeurd in de afgelopen week en ik heb alweer van alles gedaan. Spullen van Pasen opgeruimd, draaiboekje voor volgend jaar bijgewerkt, thuis aan de gang geweest om wat was blijven liggen alsnog te doen. En nu gaan we weer over tot de orde van de dag. Spullen klaarmaken voor de dingen en de diensten die komen, draaiboekjes aanleggen voor nieuwe activiteiten en ondertussen boodschappen doen, eten koken, de was ophangen en de vuilnis aan de weg zetten. Het lijkt wel alsof alles ná Pasen hetzelfde is gebleven als vòòr Pasen. Niks veranderd, we gaan verder waar we gebleven zijn. Ik kan daarom Simon Petrus altijd zo goed begrijpen die zegt: ‘Ik ga vissen’ (Johannes 21). Hij is een visser, hij was een visser en hij blijft een visser.
Wat ik altijd minder goed begrepen heb, dat is dat Jezus tegen diezelfde Simon Petrus zegt: ‘Gooi je net uit aan de rechterkant van het schip’. Simon Petrus is samen met de andere discipelen, zijn collega’s, in de weer geweest, heeft niks gevangen en dan geeft Jezus hem deze ‘tip’. Was dat nou nodig, denk je dan, dat Jezus die ervaren vissers een lesje leerde? Vreemd...
Of bedoelde Jezus soms dat ze zelf dat visnet waren? En dat ze zichzelf over een andere boeg moesten uitgooien? Want zo is het toch ook vaak. Dat je netten leeg zijn. Dat je niks vangt in de nacht. Afgezien van rommel die opgeruimd moet worden, spullen die zijn blijven liggen en dingen die rijp zijn voor de vuilnisbak. Dat je in je bed ligt en denkt aan de dingen die niet goed zijn gegaan, aan waar je tekortschiet, aan waar het je ontbreekt aan geloof, hoop, liefde.
Draaiboeken vol gebreken schieten door je heen. Van een wereld waar van alles aan te verbeteren is, door jezelf, door de maatschappij, door de politiek. Je moet uitkijken dat je er niet in verdrinkt, voordat je wakker wordt en opstaat.
En dan staat Jezus daar aan de oever van het meer. Aan de rand van de nacht. En Hij roept je toe: ‘Gooi je net eens aan de andere kant uit. Dan lukt het wel.’
‘Werp je vertrouwen op Mij’, hoor ik daarin. De wereld blijft hetzelfde, ook na Pasen. En de dingen die je moet doen, veranderen niet opeens. De to-do-lijsten van een maand geleden, blijven je ook nu gewoon nog aangapen. Het lijkt alsof ná Pasen nog alles is als daarvoor. En toch is dat niet zo. Want jíj zelf kunt veranderen. Jij kunt je net aan de andere kant uitwerpen. Dezelfde dingen anders doen dan voorheen. Met andere ogen naar de wereld kijken. Nieuwe wegen gaan. Jezelf herzien. Leven van vergeving. Je oefenen in recht doen, vrede stichten. Je laten toeroepen door de opgestane Heer die je bemoedigt met de woorden: ‘het lukt je!’
‘Jezelf uitgooien en je vertrouwen op Jezus werpen’. Ik heb het maar opgeschreven op mijn dagelijkse to-do-lijst en in het draaiboek van mijn leven. Voor het geval ik het vergeet of verleer in de vaart van alledag!
Ds. Aafke E.I. Zaal


